Chronische stress

“Hoe gaat het ermee?” “Druk, druk, druk” is dan het vaak gehoorde antwoord. In onze samenleving wordt dat vaak als positief bestempeld. Maar is daar eigenlijk wel reden toe? Om hier een zinnig antwoord op te geven gaan we eerst eens kijken naar een normale stress-reactie.

Een belangrijke factor om te kunnen overleven is het reageren op gevaar, dit wordt de stressrespons genoemd. Als er gevaar wordt waargenomen gaat ons limbisch systeem over tot actie. Er worden allerlei stoffen aangemaakt (hormonen en neurotransmitters) die invloed hebben op bijna al onze lichaamsfuncties: de ademhaling versneld, de hartslag versneld, bloeddruk stijgt, je gaat zweten, je blaas trekt samen, insuline-afgifte verandert waardoor je metabolisme verandert, afweer en ontstekingsreacties veranderen. Eenvoudig gezegd, een stressreactie verandert alle lichaamsfuncties. Dit is zeer heftig, maar normaliseert snel weer als het gevaar geweken is. Deze stressrespons werkt al miljoenen jaren perfect voor (bijna) al het leven op aarde, totdat……

In de evolutie zijn onze hersenen ontwikkeld van “slechts” een reptielenbrein, waar het primitieve zelfbehoud wordt geregeld (hartslag, temperatuur, ademhaling). Vervolgens kwam hier het limbisch systeem bij, hier komen alle waarnemingen vanuit onze zintuigen binnen, hier worden direct waardeoordelen (goed/slecht, veilig/gevaarlijk) aan gekoppeld en wij reageren direct en onbewust op deze prikkels. In het limbisch systeem zitten onze gevoelens, zowel angst en depressie als welbehagen en vertrouwdheid worden hier gevormd en gekoppeld aan de originele waarnemingen opgeslagen in het geheugen. Het jongste gedeelte van onze hersenen is de cortex, hier zit ons bewust denken en besef van tijd. (Omdat onze cortex nog zo jong is, is er nog relatief weinig “bedrading” vanuit ons bewustzijn terug naar ons limbisch systeem. Daarom is er vanuit ons bewust denken relatief weinig invloed op het limbisch systeem, waardoor het moeilijk is om vanuit ons denken onze gevoelens te sturen, maar het is niet onmogelijk).

Het besef van tijd heeft ook invloed op de stressrespons. Vroeger startte die alleen bij de waarneming van direct gevaar, nu kunnen de “zorgen van morgen” ook al voor een stressreactie zorgen zonder dat zich een probleem heeft voorgedaan. Maar na morgen is er weer een morgen en zo ontstaat chronische stress. Naast de korte, normale stresspieken die met reëel gevaar verbonden zijn en waarbij ongeveer alles in ons lichaam kortdurend verandert, hebben we nu ook te maken met chronische stress. Hierbij zijn die veranderingen in ons lichaam er ook, alleen het stopt niet meer. We zijn dan niet meer in rust maar continu in een alerte, verdedigende toestand. Bloeddruk, ademhaling, afweersysteem, metabolisme, alles is en blijft anders. Is dat gezond?

Inmiddels is aangetoond dat chronische stress betrokken is bij een lange lijst met aandoeningen. Stress verhoogt cortisol en dit remt de afweer. Zo wordt een verbinding uit de familie van de cortisol, Prednison, klinisch gebruikt om na transplantatie de afweer te onderdrukken of allerlei ontstekingen te remmen. Maar het kan niet alleen leiden tot sterke veranderingen in de afweer, ook slaapstoornissen, depressie, obesitas, cardiovasculaire ziekten, hoge bloeddruk, neurologische aandoeningen, chronische pijnen, paniekaanvallen, en de lijst is nog veel langer, kunnen het resultaat zijn van chronische stress. Dit komt allemaal doordat de hypothalamus onder stress andere stoffen aanmaakt dan in een rust/veilige toestand.

Voorbeeld: Slapeloosheid of het onvermogen om in een diepe rustgevende slaap te komen. Een kwart tot een derde van de bevolking in de westerse wereld heeft moeite om in slaap te vallen of om in slaap te blijven. Er zijn twee hoofdmechanismen die dit vanuit de stress veroorzaken. Allereerst is er de directe reactie die in de hypothalamus (onderdeel van het limbisch systeem) het hormoon CRH produceert, waardoor de hypofyse een hele serie hormonen gaat aanmaken. Een belangrijke hiervan is ACTH. ACTH stuurt de bijnier aan en daar wordt cortisol en adrenaline aangemaakt. Cortisol remt het slaaphormoon melatonine waardoor de natuurlijke slaap gestoord wordt. Het tweede effect van de verhoging van cortisol is dat dit een directe activerende werking heeft op de hersenen. Mensen met slaapstoornissen vertonen een duidelijk afwijkend beeld wanneer er een EEG scan wordt gemaakt. Normaal gesproken is er bij het inslapen een vermindering van hoge frequenties en zijn er juist meer lage frequenties op het EEG te zien.  Bij mensen die aan slapeloosheid lijden is er echter een patroon te zien dat duidt op hyperactiviteit. Ze produceren meer bèta- en gamma golven en minder delta- en theta golven. Voor een goede slaap zou dit andersom moeten zijn. Gedurende de dag is de hoeveelheid alfagolven die ze produceren laag. Iemand die alfagolven produceert is ontspannen maar toch alert. Mensen met slaapproblemen kunnen zie dan ook minder goed concentreren en slechter dingen opnemen en onthouden. Ook worden ze hier angstiger en agressiever door.

Als klap op de vuurpijl blijkt dat alle stoffen die ons lichaam aanmaakt onder chronische stress doorwerken tot in onze genen. Hoe werkt dat dan? Van onze ouders hebben we een verzameling genetisch materiaal gekregen, ons DNA. Na de ontdekking van het bestaan van DNA is men er lang van uitgegaan dat ons DNA een gegeven is, dat er niets aan kan worden veranderd. “Hij kan er niets aan doen, het zit in de genen” was (en is nog steeds) een veel gehoorde uitspraak. Maar hoe kan het dan dat cellen met hetzelfde DNA toch heel andere functies vervullen? Een niercel werkt geheel anders dan een cel in je huid, maar zijn qua DNA geheel identiek. Vrij recent is pas ontdekt dat de functie van ons DNA kan veranderen met behulp van zogenaamde transcriptiefactoren. Dit zijn eiwitten die zich op bepaalde plekken aan ons DNA (aan een gen) kunnen hechten en dit gen zo aan of uit, hard of zacht, of op een andere functie kunnen zetten. Onder chronische stress maakt ons lichaam tal van eiwitten aan die zich als transcriptiefactoren aan onze genen hechten. Hierdoor verandert ongeveer 20% van al je genen van functie! Onderzoek heeft aangetoond dat niet alleen chronische stress, maar al je gevoelens en emoties doorwerken in ons genetisch materiaal. Zo worden bij eenzaamheid een aantal genen “aangezet” die weer als oorzaak van een aantal ziektes worden gezien. Emoties kunnen genen zelfs op slot zetten, dan zijn genen dus blijven geblokkeerd. Dit kan doorwerken tot in de volgende generaties.

Maar nu het goede nieuws! Als we niet in staat zijn om de oorzaken van de stress weg te nemen, wat vaak het geval is, kunnen we het te hoge niveau van alle hieraan gerelateerde stoffen in ons lichaam weer normaliseren. Hoe? Door dagelijks 20 minuten te mediteren, hierdoor gaat alles terug naar de “fabrieksinstellingen”. Mediteren werkt het beste door een monotoon en repeterend geluid en/of bezigheid te volgen.  Dit wordt voor je hersenen na een tijdje zo saai dat je neo-cortex er niets meer van hoeft te vinden. Waarnemingen komen nog wel binnen in het limbisch systeem maar er gaan steeds minder signalen van het limbisch systeem naar de cortex die daardoor in een rusttoestand kan komen. Het positieve effect op alle stresshormonen in ons lichaam is tot ongeveer 24 uur meetbaar! Bovendien heeft een toestand van rust en welbehagen een positieve invloed op de lengte van onze telomeren. Dit zijn de uiteinden van het DNA en zijn uiterst belangrijk voor celveroudering (en dus uiteindelijk van invloed op onze levensduur). Is een telomeer te kort dan sterft de cel. In een uitgebreide studie is overduidelijk aangetoond dat mindfulness een direct positief effect heeft op telomeren en daarmee de celveroudering en de daarmee samenhangende processen tegengaat.

Je ademhaling is een krachtig en zeer effectief tool om gemakkelijker en sneller in een meditatieve staat te komen en hiermee de negatieve effecten van chronische stress zoveel mogelijk te neutraliseren.

Neem contact op of vraag meer informatie aan:


  info@ademacademie.com
  06 46405240

Bewaren